Psalmen 5:1-9
Psalmen 5:1-9 Statenvertaling (Importantia edition) (STV)
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Nechiloth. O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking. Merk op de stem mijns geroeps, o mijn Koning en mijn God! Want tot U zal ik bidden. Des morgens, HEERE, zult Gij mijn stem horen; des morgens zal ik mij tot U schikken, en wacht houden. Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal bij U niet verkeren. De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid. Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel. Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis ingaan; ik zal mij buigen naar het paleis Uwer heiligheid, in Uw vreze. HEERE! Leid mij in Uw gerechtigheid, om mijner verspieders wil; richt Uw weg voor mijn aangezicht.
Psalmen 5:1-9 Herziene Statenvertaling (HSV)
HEERE, neem mijn woorden ter ore, let op mijn zuchten. Sla acht op mijn stem als ik roep, mijn Koning en mijn God, want tot U bid ik. 's Morgens hoort U mijn stem, HEERE; 's morgens leg ik mijn gebed voor U neer en zie ik naar U uit. Want U bent geen God Die vreugde vindt in goddeloosheid, de kwaaddoener zal bij U niet verblijven. De dwazen blijven niet staande voor Uw ogen. U haat allen die onrecht bedrijven, U brengt de leugenaars om. Van de man van bloed en bedrog heeft de HEERE een afschuw. Ik echter zal door Uw grote goedertierenheid Uw huis binnengaan, mij buigen naar Uw heilig paleis in vreze voor U. HEERE, leid mij in Uw gerechtigheid, omwille van mijn belagers; maak Uw weg vóór mij recht.
Psalmen 5:1-9 NBG-vertaling 1951 (NBG51)
Neem mijn redenen ter ore, o HERE, let op mijn verzuchting. Sla acht op mijn hulpgeroep, o mijn Koning en mijn God, want tot U richt ik mijn gebed. HERE, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens leg ik het U voor, en zie uit. Want Gij zijt geen God, aan wie goddeloosheid behaagt, geen boze zal bij U vertoeven; de verdwaasden houden geen stand voor uw ogen, Gij haat alle bedrijvers van ongerechtigheid; Gij richt te gronde de leugensprekers, de HERE verafschuwt de man van bloed en bedrog. Maar ik zal, dank zij uw grote goedertierenheid, uw huis binnengaan, mij nederbuigen naar uw heilige tempel in vreze voor U. HERE, leid mij door uw gerechtigheid om mijner belagers wil; effen uw weg voor mijn aangezicht.
Psalmen 5:1-9 Het Boek (HTB)
O HERE, wilt U mijn gebed aanhoren? Luister toch naar mijn smeken. God, U bent mijn Koning en ik richt mij tot U. Elke morgen kijk ik omhoog naar U en wacht op uw antwoord, en U hoort mij roepen. Ik weet dat slechtheid bij U geen standhoudt en dat geen enkele goddeloze op uw bescherming kan rekenen. Hoogmoedige zondaars kunnen uw onderzoekende blik niet doorstaan, omdat U hun slechte daden haat. Om hun leugens zult U hen vernietigen, U verafschuwt moord en bedrog, HERE. Ik zelf mag dankzij uw genade en liefde uw tempel binnengaan. Met diep ontzag zal ik U eren. HERE, wilt U mij leiden? Anders zullen mijn vijanden over mij zegevieren. Wilt U mij duidelijk maken wat ik moet doen en welke weg ik moet inslaan?
Psalmen 5:1-9 BasisBijbel, de bijbel in makkelijk Nederlands (BB)
Een lied van David. Voor de leider van het koor. Begeleiden met een fluit. Heer, luister alstublieft naar mij! Luister naar mijn gedachten. U bent mijn Koning en mijn God. Daarom roep ik U om hulp. Luister alstublieft naar mij! Heer, 's morgens hoort U mij al roepen. 's Morgens vertel ik U wat ik op mijn hart heb. Dan wacht ik op uw antwoord. U houdt niet van ongehoorzaamheid. Geen slecht mens zal bij U kunnen wonen. Dwazen kunnen niet blijven bestaan voor de blik van uw ogen. U haat het als mensen slechte dingen doen. U vernietigt alle leugenaars. U walgt van moordenaars en bedriegers. Maar dankzij uw grote liefde mag ík uw huis binnen gaan. Vol ontzag zal ik mij voor U neerbuigen in uw heiligdom. Heer, leid mij als mijn vijanden op mij loeren. Leid mij zoals U het wil. Wilt U voor mij de weg vrijmaken.